1: Zorg eerst voor een juiste diagnose: hebben we wel degelijk te maken met opstijgend grondvocht of is er sprake van een lekkende dakgoot, indringend regenwater, condensatie, gesprongen leidingen,…?
Een veel voorkomend probleem is ook de overbrugging van pleisterwerk tot over de waterkering. Hierdoor kan vocht via het pleisterwerk optrekken tot boven de waterkering. In dit geval kan het volstaan om het pleisterwerk te onderbreken.
Om een nog betere diagnose te kunnen stellen alsook de omvang van het probleem te bepalen, kunnen vochtmetingen gebeuren. Deze gebeuren best door weging (voor en na droging), of door middel van de calciumcarbide-methode. Vochtmetingen door middel van weerstandsmeters zijn in de meeste gevallen niet geschikt omwille van de grote invloed van zouten.
2: verwijder plinten en lambriseringen,
3: verwijder alle aangetaste pleisters tot ca. 50 cm boven het zichtbare schadefront (deze delen pleister zitten meestal vol met zouten en dienen sowieso verwijderd te worden),
4: boor de gaten, rekening houden met
- Bepaal de hoogte van de boorgaten in functie van de binnen- en buitenpassen. De boorgaten dienen te allen tijde boven de buitenpas (het maaiveld) aangebracht te worden. Boor indien mogelijk op plinthoogte.
- Maak de mortellaag vrij waar u wil boren en boor gaten met een diameter van 12 mm, met een tussenafstand van 10 tot 12 cm. Boor direct in de mortellaag, horizontaal.
- Wanneer zich in de te behandelen muur een oude waterkerende laag bevindt (bitumen op kunststof), boor dan zo mogelijk onder deze laag.
- Wanneer reeds een behandeling of injectie tegen opstijgend vocht werd uitgevoerd met een ander product, boor dan de gaten ca. 15 tot 20 cm boven de oude gaten, zodat de injectiegel zich optimaal in de muur kan verspreiden.
- De diepte van de boorgaten varieert naargelang de dikte van de muur. Meet dus de dikte van de te behandelen muur en boor vervolgens over een diepte van deze dikte, verminderd met ca. 5 cm. Een boorgat in een muur van 40 cm dik is dus ca. 35 cm diep.

- Bij volle binnen- of buitenmuren: Langs één zijde boren en injecteren
- Bij spouwmuren: zowel het binnen- als het buitenspouwblad apart boren en injecteren. Ga voor de behandeling na of er geen vuilophoping is in de schouw, gezien dit een vochtbrug kan vormen.
- Natuursteenmuren en opgevulde muren: boor in de mortel. Als de steen poreus is, zoals bijvoorbeeld zandsteen, kan ook in de steen zelf geboord worden.
1: voorbereiding van het injectiegel-pistool met de injectiegel-cartouche:
|
- Schroef de kop van het pistool los en verwijder deze.
|
- Druk op de hefboom en trek de zuigerstang maximaal uit.
|
|
- Breng de injectiegel-cartouche in de loop van het pistool (injectiegel zit verpakt in een aluminium worst van 600 ml).
|
- Snij het zichtbare uiteinde van de cartouche open.
|
|
- Herplaats de schroefkop op het pistool.
|
2: injecteren:
- Breng de injectienaald volledig in tot het einde van het boorgat,
- Knijp zacht op de pistoolhendel en vul, terwijl u het pistool geleidelijk terugtrekt,
- Vul het boorgat volledig met de injectiegel tot op 1 cm van het muuroppervlak.

3: de boorgaten dienen achteraf gedicht te worden dmv wat mortel

Bij het herbepleisteren dient er op gelet te worden dat de pleister niet tot over de geïnjecteerde zonde wordt aangebracht, zoniet wordt er hierdoor de overbrugging gevormd waardoor vocht alsnog kan getransporteerd worden. Gips kan trouwens niet gehydrofobeerd worden.
Indien mogelijk: wacht enkele maanden vooraleer te herpleisteren zodat de muur de tijd krijgt om uit te drogen en de meeste zouten vrij kunnen uitkristalliseren op de muur in plaats van in de nieuwe pleister. De tijdsduur is afhankelijk van de dikte van de muur, temperatuur en vochtigheid van de omgeving, verzadiging van de muur,… Als richtlijn zeggen we dat de droging van een muur ongeveer 1 maand duurt per 2 à 2,5 cm muurdikte.





















